51.
Daar spreekt hij, vol van blijdschap, tot de scharen:
‘God ziet Zijn volk met welgevallen aan:
De zege is ons! Laat alle vreeze varen!
Het laatste werk is spoedig afgedaan.
De toren, veege schuilplaats der Barbaren,
Zal d' aanval van ons leger niet doorstaan.
Thands wordt gij door de deernis uitgezonden
Tot bijstand van de zwakken en gewonden.