45.
Kan u die haat oprechte vreugd bereiden,
Ik roof ze u niet: geniet heur bittre gal!
't Is billijk, zegt ge, ik wil u niet misleiden,
'k Heb ook gehaat, uw volk, u bovenal!
Met al de wraak van een geboren Heiden,
Beraamde ik meê der Christnen wissen val.
'k Heb u vervolgd, aan al uw strijdgenooten
Ontlokt, en hier in ballingschap gesloten!