6.
- ‘“Kom, 't zij alleen, hetzij van hulp verzeld,”’
Herneemt Argant, ‘“geleid me, of laat u leiden,
In 't strijdgewoel of in 't verlaten veld,
Noch dood noch hel, die voortaan ons zal scheiden!”’
Zoo is dan nu de ontmoeting vastgesteld:
Eendrachtig in hun tweedracht voeren beiden
Elkander voort, beveiligd door den Haat,
Den bleeken gids, die aan hun zijde gaat.