8.
Zij ijlen als gevleugeld uit de stad;
Het Kamp is reeds uit hun gezicht verloren.
Zij snellen voort op 't eenzaam slingerpad,
Waar 't strijdrumoer zich naauwlijks meer doet hooren.
Daar ligt een dal, van heuvelen omvat,
In donkre schaaûw, als ware 't uitverkoren
Ten schouwtooneel van 't wreede jachtvermaak
Of 't wreeder spel der doodelijke wraak.