63.
De Min beproeft de doodsche Wraak te stillen,
En toont een heerschappij, vergeefs ontvlucht.
Zij heeft den pees tot driemaal toe doen trillen,
En driemaal d' arm doen zinken met een zucht.
Zoo dubt zij tusschen willen en niet willen,
Maar eindlijk, zie! daar klieft de pijl de lucht,
En met den pijl, dien zij daarheen hoort sissen,
De stille wensch, dat hij zijn doel mocht missen.