86.
De Veldheer wil, dat vóór den morgenstond
De toren weêr zijn aanval kan herhalen.
Daar schaart hij snel een sterke wacht in 't rond,
En doet alom zijn ruiterbenden dwalen:
De mokerslag dreunt daavrend langs den grond
Den gantschen nacht, en duizend fakkels stralen:
De vijand slaat bij d' ongewonen glans
Al d' arbeid ga van Salems vestingtrans.