17.
Pas heeft een bete broods de moede leden
Verkwikt, een teuge wijns het hart verblijd,
Daar spreekt Buljon: ‘Als 't licht hervoort zal treden,
Houde alle man zich vaardig tot den strijd!
Aan rust en voorbereiding wijd' men 't Heden:
Het Morgen is aan bloed en zweet gewijd.
Dies moog' de slaap u nieuwe krachten geven,
En dan - den blik naar God! en 't zwaard geheven!’ -