27.
De ziel vervuld van blijde dankgebeden
Bergt Tankred nu zijn druipend zijdgeweer.
Maar ook, hij voelt, hoe moê, hoe afgestreden
Zijn boezem hijgt, en zit aêmechtig neêr.
De lange weg eischt zooveel duizend schreden -
Hoe ze ooit voleind? Helaas, hij kan niet meer!
Maar goeden moed! Is niet de Heer zijn Herder,
Gods arm zijn stut? .... En wagglend gaat hij verder.