72.
Ook Alforijs valt met hem. Welk een kruis
Voor Azzo, dus in ballingschap te zwerven!
Maar ziet! hij keert; en 't Heruleesch gespuis
Moet met hun bloed zijn wrekend wapen verven!
Ziet ginds d' Epaminondas van zijn huis,
Een pijl in 't oog, nochtans in vreugde sterven:
Hij heeft de macht van Totilas verplet,
Zijn roem bewaard, zijn dierbaar schild gered.