88.
Maar 't is, helaas! der wetenschap ontzeid,
De Toekomst in haar vollen glans te ontvouwen:
Zij schuilt in dichte neevlen, en verspreidt
Een schemerschijn, dien niemant kan vertrouwen.
Verdenk mij niet van overmoedigheid,
Als ik nochtans geheimen ga ontvouwen:
'k Ontfing ze van een Hooger, die den raad
Des hemels ongesluierd gadeslaat.