75.
En Reinout legt, tot vóór den muur gevlogen,
Een ladder aan, die honderd sporten telt:
't Gevaart' wordt door zijn sterke hand bewogen,
Als door den wind een grashalm op het veld.
Gepunte balken storten uit den hoogen,
Geheele rotsen reegnen op den held.
Zijn reuzenkracht zou van geen wijken weten,
Ware ook de Olymp en de Ossa neêrgesmeten!