62.
De Veldheer blinkt in 't prachtig wapenkleed,
Bloothoofds, van 's mantels purper overtoogen.
Twee paadjes houden helm en schild gereed,
Hij-zelf staat luistrend op zijn speer gebogen,
Ter zijde van een krijgsman, forsch en breed,
Met ruig gelaat en onheilspellende oogen.
Vafrijn spert de ooren op - geen enkel woord
Ontsnapt hem: hij heeft Godfrieds naam gehoord.