59.
De kracht, den staat van al die bonte rangen,
De plannen van den Heirvoogd, vorsch ik uit.
Gij zult van mij een trouw verslag ontfangen,
Want elk geheim, hoe diep ook, wordt mijn buit!’ -
Zoo spreekt Vafrijn. Zijn harnas wordt vervangen
Door 't linnen, dat den naakten hals omsluit
En neêrgolft tot de voeten: - om zijn slapen
Is 't ijzer in een tulbandwrong herschapen.