30.
Hier prijkt Alark en Odemar, doorkneed
In 't spel des krijgs; hier, Hidraoot, ter zijde
Van Rimedon, die van geen vreeze weet,
Wiens wreedheid zelfs de wreede dood benijdde.
Tigraan verzelt Rapout, die lang en breed
De zee doorzwierf; Ormond, gehard ten strijde,
Volgt Marlabust: hem noemt men d' Arabier,
Sints hij d' Araab bedwong met zijn rapier.