20.
‘Te wapen! Op, te wapen!’ luidt de kreet,
Die voortgolft door die honderden van benden.
Buljon verrijst; het harnas ligt gereed,
Waaraan zij hun doorluchtig Hoofd herkenden.
Hij neemt het niet; maar kiest een luchtig kleed,
Als elk soldaat zich vastgordt om de lenden.
Reeds staat hij vaardig met zijn lichte last,
Als plotsling wakkre Reimont hem verrast.