70.
's Lands ondergang zal die des dappren zijn:
Daar sterft hij, ziet! Maar om op nieuw te leven
In d' eedlen zoon, den grooten Akarijn,
Italiën tot roem en hulp gegeven.
Niet voor de kracht der Hunnen zwicht Altijn:
Hij zwicht voor 't Lot, en op de vlucht gedreven,
Sticht hij uit hutten, aan de Po verspreid,
Een vrije stad, allengskens uitgebreid.