104.
En Reinout juicht: ‘Op, mannen! 't uur verscheen!
Gij hoort, hoe ginds al de onzen zegevieren.
Jeruzalem bezwijkt! Wacht óns-alleen
Geen aandeel aan de heerlijke eerlauwrieren?’ -
Maar Aladijn, wien alle hoop verdween,
Verlaat zijn post met al zijn soudenieren,
En zoekt zijn burcht, waar hij met al de kracht
Der raadloosheid den storm te keeren tracht.