37.
Hij zocht vergeefs de geestdrift te verlammen
Van de altewel geborgen krijgerschaar;
Zij tarten steen en pijl en zwavelvlammen:
Het schilddak houdt hen veilig bij elkaâr.
Reeds wordt de muur bedreigd door de oorlogsrammen,
Ontzettende gevaarten, lang en zwaar,
Bedekt met ijzer, als een bok gehorend,
Door poorten en driedubble muren borend'.