25.
Zijn logge val, die 't gantsche dal doet dreunen,
Maakt van zijn duizend wonden ééne wond.
Toch poogt hij op de linkerhand te leunen,
Toch heft hij met één knie zich van den grond.
Méér kan hij niet. De Ridder hoort hem kreunen,
En biedt op nieuw een eerlijk vreêverbond;
Maar, half ontzield nog hakende om te ontzielen,
Houwt valsche Argant zijn vijand naar de hielen.