82.
Daar doet hij wondren van beleid en kracht,
En weet den wilden doodendans te ontspringen.
Intusschen daalt de zwartgevlerkte Nacht,
Om 't Halfrond met haar schaduwen te omringen;
En statig schorscht haar stille toovermacht
't Vernielingswerk der moede stervelingen.
Buljon laat af; 't gedonder van den slag
Verstomt: Zóó eindt de vreesselijke dag.