61.
Hij komt, tot waar, op gulden oorlogswagen,
Armide prijkt in 't schittrend krijgsgewaad.
De minnaars, die voor haar hun leven wagen,
Versterken haar gevolg, waarheen ze gaat.
Een blik op Reinout doet heur boezem jagen,
Bij d' aanval van gemengde liefde en haat.
Hem vliegt een vluchtig blosjen langs de kaken:
Zij wordt als ijs, om straks als vuur te blaken.