115.
De Ridder ook komt vliegende aangereden,
Op d' aanval van zijn weêrpartij verdacht.
Al 't volk is in een wijden kring getreden,
Vlamoogend naar het schouwspel dat men wacht.
En nu wordt daar zoo fel een strijd gestreden,
Voorbeeldeloos in kunst, in woede, in kracht,
Dat allen, huivrend, met gesmoorde kreeten,
Hun eigen haat, hun eigen lot vergeten.