88.
Maar ieder voert een teeken op 't helmet,
Herkenbaar voor zijn eigen rotgezellen.
Als nu de strijd zijn sluizen openzet,
En overal de bloedrivieren zwellen,
Dan, in 't gedrang, omsluiten ze, als een net,
Den Veldheer, om vereend hem neêr te vellen.
Hun wapens zijn vergiftigd - elke stoot
Brengt op zich-zelf een reddelozen dood!