69.
Maar Altamoor (die zijn verschrokken heiren,
Reeds vluchtend van de onzalige oorlogsbaan,
Manmoedig drong met smeeken en bezweeren,
Te zwenken en nog eenmaal pal te staan)
Ziet pas Armide in zulk een nood verkeeren,
Of hij vergeet de Perziaansche vaan,
Zijn volk, zijn eer.... O, zoo hij haar verloste,
Wat nood, schoon 't ook een gantsche waereld kostte!