29.
Maar nu verschijnt de bloem van al die scharen,
De keurtroep van Egyptens Kalifsthroon.
Zij dienden hem in vrede en krijgsgevaren
Met hoogen roem en tegen schittrend loon.
Zij, 's vijands schrik, zijn tevens steunpilaren
Van 't gantsche rijk en paarlen in de kroon.
Hun hengsten hinniken van moed; hun kleedren blikkren
Van purper, goud en staal, in 't zonneflikkren.