40.
En hebben wij een onverwachte' orkaan
Van tegenspoed door 's Hemels wraak te vreezen,
Dan mag hij mij den kop te pletter slaan,
Mij, gaarne ter verzoening uitgelezen!
Zoo maar uw Heir de vuurproef door mocht staan,
Mijn uitvaart zelfs zou een triomftocht wezen!’
Hij zwijgt. Daar dreunt, bij dondrend paukgeschal.
De jubeltoon van stemmen zonder tal.