66.
Wat dunkt u van den Veldheer? Is dat groot,
Zijn broeders, na zoo lang en nutloos zwerven,
Als schandlijk aas te wijden aan den dood,
Alleen om toch den scepter niet te derven?
't Is dan wel zoet te rusten in den schoot
Der heerschappij, dat ze ongeroerd ziet sterven,
Dat ze onverbloemd naar macht en rijkdom staat,
Ook dán zelfs, als geheel een volk vergaat!