96.
Sla hooger nog uw blikken, en begroet
De Heiligen, die helpende u omringen!’ -
Hij blikt, en ziet, in meer dan zonnegloed,
Een legioen gewiekte Hemelingen.
Drie heiren vormt de onmetelijke stoet,
En ieder heir verdeelt zich in drie kringen.
Die cirkels sluiten om elkander heen,
En hebben 't vlammend middenpunt gemeen.