59.
Geens vijands rug ontsteekt rechtschapen toren;
Door weêrstand slechts wordt Reinouts wraak gewekt.
Hij stort zich op het voetvolk, kort te voren
Door Arabier en Libyër gedekt,
Maar nu ontbloot: want in bebloede voren
Zijn deze, als gras gemaaid, ter neêrgestrekt;
En plotsling valt de Ridderschaar der Franken
In vollen ren het voetvolk in de flanken.