82.
Een wondre dorst naar grootheid grijpt hem aan;
Zijn ziel is van verrukking opgetogen,
Zóó dat hij zijne aanstaande heldendaân,
Als reeds volbracht, ziet weemlen voor zijne oogen:
Jeruzalem bevrijd! de Christenvaan
Op Sions top! de Turk in 't stof gebogen! ...
Terwijl hij zich in 't blinkend harnas sluit,
Snelt reeds zijn hoop de zegepraal vooruit.