52.
En waardig, dat dit Tweetal haat en nijd
En grimmigheid om uwentwil besparen,
Opdat ze straks, uw goede zaak gewijd,
Op 't hoofd van uw belagers nedervaren!
Hun wacht, voorwaar! een eedler worstelstrijd,
Waarin zich al hun moed zal openbaren!’ -
Hij zwijgt; en 't Paar, door 't vorstlijk woord voldaan,
Biedt nogmaals tot Amidaas hulp zich aan.