34.
Heur wagen blinkt gelijk de dagkaros
Van hyacinth en de eêlste paarlemoeren:
Heur maarschalk ment, op zulke rossen trotsch.
't Éénhoornig span aan gouden teugelsnoeren;
En honderd maagden in den hoogtijdosch,
En honderd paadjes, die den pijlbus voeren,
Omringen haar op schimmels, leliewit,
Gewiekt van hiel, en schuimende op 't gebit.