65.
Gij zult hen zien, hoe zij de steilste toppen
Bereikten in hun glorievolle vaart.
Gij-enkel kroopt, en hebt u rozenknoppen
En bloemekens - geen lauwerkrans vergaârd!
Op! op! Uw hart zal voor den hemel kloppen,
Als ge op de vlucht der vóórgeslachten staart!’ -
Zoo sprak de grijze, en Reinout, opgetogen,
Aanschouwt het schild met onverzaadlijke oogen.