93.
Voorwaar! de hulp, waarmeê hij op komt dagen,
Is groot maar kort, en baat de zijnen niet.
Hij komt en gaat, gelijk met de onweêrsvlagen
De bliksem valt en snel daar henen schiet,
Maar in de rots, aan gruizelen geslagen,
Zijn eeuwige herinring achterliet.
Van honderden, die Soliman doet sneven,
Blijv' toch één paar in aller harten leven!