137.
Intusschen, na een strijd van luttel stonden,
Ziet Emireen zijn koningsvaan vernield,
Zijn vendrig, overdekt van bloed en wonden,
Met éénen slag door Godfrieds arm ontzield,
Zijn gantsche macht verdreven of verslonden,
En - ver van daar, dat hij lafhartig knielt,
Besluit hij, (en hij mag zijn wensch verwerven!)
Door een beroemde hand met roem te sterven!