27.
Nu sprak op eens de wakkre held der Deenen:
‘“O zij dat blij gezantschap mij bewaard!
Ik dring met moed door diepte en hoogte henen,
En breng mijn vriend zijn eigen eerlijk zwaard!”’
De Noor was vaak met glans in 't veld verschenen:
Geen wonder dat zijn voorslag vreugde baart.
Maar Ubout, die in de oefenschool van 't leven
Beproefd is, wordt tot leidsman hem gegeven.