44.
Zij spreekt in 't eind: ‘Ai, bind uw wrevel in!
Ik kom u niet als minnaresse smeeken:
Ik wás het eens.... Veracht gij thands mijn min,
Kan zelfs de erinnring u in woede ontsteken,
O, geef mij dan gehoor als vijandin!
De Rechter toch vergunt zijn offer 't spreken.
Vergun het haar, die machtloos voor u staat;
't Behoeft u niets te kosten van uw haat!