32.
Nu spreekt Ubout: ‘Heel Azië en Euroop
Zijn opgewekt. Wie lauweren wil rapen,
Wie Christus eert als lichtstar zijner hoop,
Staat bij Zijn vaan in Syrië onder 't wapen.
En, Bertholds zoon! gij staakt uw heldenloop?
Gij-enkel kunt in d' arm der luiheid slapen?
De waereld beeft zoo ver men hoort of ziet,
Gij, meisjensridder, ziet of hoort het niet!