72.
Het Hoofd der schaar had bij den morgengloed
Den glans herkend van Tankreds borstgesmijde,
En, toegesneld, de Jonkvrouw in haar bloed
Zien baden aan des Ridder veêge zijde.
Hij wilde niet, dat scheurziek wolfsgebroed
De doode leên der schoone Maagd ontwijdde:
Hij neemt haar op, vlijt Tankred naast haar neêr,
En langzaam trekt de stoet naar 't Christenheir.