47.
Zij bouwen ook machinen; zij versterken
De torens en de muren overal;
En allermeest dien kant der vestingwerken,
Dien allereerst de Frank bespringen zal.
Nu kent weldra hun dwaze trots geen perken:
Zij roemen d' onverwinnelijken wal;
Terwijl Ismeen voor hun verwaten vingren
Een polver kneedt, dat bliksems uit zal slingren.