74.
Wedijvrend put de trouwe vriendenstoet
Zich uit in zorg, bij 't ziekbed des beminden.
Daar dringt op nieuw de felle zonnegloed
Zijne oogleên door: hij ziet en hoort zijn vrinden,
Maar diep verbaasd in 't aarzelend gemoed
Zich nog in 't Land der levenden te vinden:
Dof blikt hij rond - nu weet hij wáár hij is;
En weeklaagt in ondraagbre droefenis: