20.
Hij spreekt in 't end: ‘Als gij zoo vast blijft staan
Op uw verderf, als noch de vaderzegen
Eens trouwen knechts, noch smeekgebed, noch traan,
Noch grijze kruin tot deernis u bewegen,
Onbuigbaar hart! dan moet ik verder gaan:
Geheimen, ach! te lang misschien verzwegen,
Bezwaren mij - wie weet, als gij ze hoort....’
Nieuwsgierig wenkt ze en luistert. Hij gaat voort: