110.
Verkoor ik u tot zulk een zeldzame eer,
Rimedon! om uw schande te beleven?
Gij ziet uw Hoofd volharden in 't geweer,
En wilt aldus lafhartig hem begeven?
Wat zoekt gij? Uw behoud? Welaan dan, keer!
Vooruit met mij! Die rugwaarts gaat, moet sneven;
Wie redding wil, die worstel' en houde aan:
De baan der eer, ziedaar de levensbaan!’