80.
Daar fluistert zij: ‘“Gij zijt bekend, Vafrijn!
En kent ook mij!”’ Wel rilt een heimlijk beven
Den spiê door 't bloed, maar hij bewaart den schijn,
En glimlacht: ‘'k Zie voor 't eerst u in mijn leven,
Zoover ik weet, beminlijk Maagdelijn!
En neen! niet licht zou mij uw beeld begeven.
Intusschen, dit is zeker en gewis,
Gij geeft me een naam, die mij niet eigen is.