10.
Te lang misschien hield ik mijn krachten schuil,
Maar 'k ben het machtigst woord nog niet vergeten:
Nog kan ik u met bloederigen muil
Den grooten naam, den schriknaam wel doen weten,
Die d' Afgrond vult met jammerlijk gehuil
En Plutus-zelfs doet janken aan zijn keten:
En als - en als -’ .... Hij gaat niet verder voort;
De stem van zijn bezweerig is gehoord.