69.
Zietdaar het beeld van Attila! Hoe blaken
Die drakenoogen! Welk een hondenmuil!
Terwijl men staart, is 't of die ruige kaken
Zich openen tot bassend angstgehuil.
Nu gaat hij, daar de lendenen hem kraken,
In 't tweegevecht verneêrd, lafhartig schuil.
Foreest terwijl, die Hektor boven allen
Gelijkt, verdedigt Aquileaas wallen.