18.
Nu volgt Gazel in schittrende oorlogspraal
Met hen, die in Kaïroos omtrek huizen,
En verder op, tot waar ten tweedenmaal
De Nijl zijn stroom van boven neêr doet bruizen.
Dit volk, gewoon aan helm noch borstmetaal,
Voert boog en zwaard; zijn luchte kleedren ruischen
Van rijke pracht, die, al te ras ontdekt,
Min 's vijands vrees dan 's vijands hebzucht wekt.