38.
Zij snelt hem na; zij vraagt naar roem noch eer:
Is zij dat wel, die zag en triomfeerde,
Waar zij verscheen? die met één blik weleer
Het groot gebied van Venus' zoon regeerde?
Die, machtig maar hoogmoedig evenzeer,
Zich minnen liet en zelf - de Min trotseerde?
Alleen zich-zelf behaagde, en met een lach
De werking van heur blik bij andren zag?