23.
Buljon hervat: ‘“Toen de eer mij werd beschoren,
Dat groote Urbaan in Klermont mij dit zwaard
Ter zijde hing, heeft hij voor aller ooren
Mij Ridder van des Heilands kruis verklaard.
Toen, vriend! heb ik in stilte een eed gezworen,
Die ongerept en heilig moet bewaard:
Den eed, om niet als veldheer slechts te strijden,
Maar als soldaat Gods zaak mijn arm te wijden.