48.
Nu voeren beide een tweekamp, zoo verwoed,
Als de Ida noch den Xanthus ooit deed beven.
Intusschen wordt Mulassems dappre stoet
Door Boudewijn steeds meer in 't naauw gedreven.
Terwijl in 't dal, nabij des heuvels voet,
De ruiters naar de bloedige eerkroon streven.
Daar worstelt, in het heetste van 't gevaar,
De Heidenveldheer naast zijn Heldenpaar.